ECLI:NL:CRVB:2016:3803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging onrechtmatig besluit pgb en afwijzing schadevergoeding
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden over 2011-2012. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag het pgb voor 2012 en vorderde terugbetaling wegens niet-verantwoorde besteding. Na bezwaar en beroep stelde het college vast dat het pgb correct was verantwoord, waarna de rechtbank het bestreden besluit vernietigde.
Appellante vorderde daarnaast schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten en vermeende schade door het niet ontvangen van pgb of zorg in natura over latere jaren. De rechtbank wees dit af omdat de schade niet in verband stond met het onrechtmatige besluit en de gestelde kosten niet onder proceskosten vielen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het overgangsrecht van de Wet nadeelcompensatie is van toepassing. Er is geen causaal verband vastgesteld tussen de onrechtmatige besluiten en de door appellante gestelde immateriële schade. Vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen omdat geen feitelijke betaling heeft plaatsgevonden.
Ook is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen en aangevallen uitspraak bevestigd, schadevergoeding niet toegekend.