ECLI:NL:CRVB:2016:3734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen sinds 1998 bijstand op grond van de WWB. Na een themacontrole ontdekte de sociale recherche dat appellant eigenaar was van meerdere onroerende zaken in Turkije met een getaxeerde waarde van €815.000,-. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf 29 december 2006 en vorderde de kosten terug.
Appellanten voerden aan dat zij niet over de woningen konden beschikken en dat de waardebepaling onjuist was. De Raad oordeelde dat het eigendom in het officiële register een vermoeden van beschikking geeft, dat appellanten niet hebben weerlegd met voldoende bewijs. De waardebepaling van het college was gemotiveerd en de door appellanten ingebrachte waardering onvoldoende onderbouwd.
Ook werd geoordeeld dat appellanten het bezit hadden moeten melden, omdat dit invloed had op het recht op bijstand. De stelling dat zij dit niet wisten werd verworpen. De terugvordering werd niet afzonderlijk beoordeeld omdat daartegen geen zelfstandige gronden waren aangevoerd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.