ECLI:NL:CRVB:2016:366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit hondenfokkerij
Appellante kreeg bijstand ingetrokken en kosten teruggevorderd omdat zij inkomsten uit het fokken van honden niet had opgegeven. Het oorspronkelijke besluit was gebaseerd op onrechtmatig verkregen bewijs door een private partij (SV Land). De Raad vernietigde dit besluit en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen.
Het college voerde een nieuw onderzoek uit via een bijzonder controleur, waarbij rechtmatig bewijs werd verzameld, waaronder gegevens van een dierenarts, bankafschriften en de Raad van Beheer. Appellante erkende haar fokactiviteiten deels, maar stelde dat het een hobby was zonder commerciële doeleinden. Dit werd door de Raad niet gevolgd gezien de feiten en documenten die aantonen dat zij inkomsten uit de fokkerij ontving.
De Raad oordeelde dat het college terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht en dat het nader besluit gegrond is. Het beroep tegen het nader besluit werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het oorspronkelijke besluit werd gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante. De uitspraak benadrukt het belang van rechtmatig verkregen bewijs en de mogelijkheid tot nader onderzoek na onrechtmatig bewijs.
Uitkomst: Het oorspronkelijke besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd, het nader besluit wordt gehandhaafd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.