ECLI:NL:CRVB:2016:3618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bovenwettelijke uitkering bij toekenning loongerelateerde WGA-uitkering
Appellant, voormalig leraar basisonderwijs, kreeg ontslag wegens ziekte en werd vervolgens een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met terugwerkende kracht vanaf 2 februari 2010. Tegelijkertijd ontving hij een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering. Het bestuur weigerde de bovenwettelijke uitkering toe te kennen vanwege de samenloop met de WGA-uitkering en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de uitsluitingsgrond uit artikel 19, eerste lid, onder b, van de WW van toepassing is, omdat samenloop van een loongerelateerde WGA-uitkering met een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering in deze situatie niet is toegestaan. De rechtbank stelde het terug te vorderen bedrag vast op € 13.644,85.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waaronder dat de Memorie van Toelichting een samenloop zou toestaan, maar de Raad verwierp deze en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Ook het argument dat terugvordering pas na onherroepelijkheid van het WGA-besluit mogelijk is, werd verworpen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de bovenwettelijke uitkering wordt bevestigd.