ECLI:NL:CRVB:2016:355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening besluit Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellante, geboren in 1936 in Nederlands-Indië, diende in 2008 een aanvraag in voor uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Dit verzoek werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat zij vervolging had ondergaan. In 2013 verzocht zij om herziening van dit besluit, wat eveneens werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd.
Appellante stelde dat zij als kind blootstond aan terreur en psychische druk door de Japanse bezetter, waaronder het wegvoeren van familieleden en huiszoekingen. De Raad beoordeelde dat deze omstandigheden niet binnen de reikwijdte van de Wuv vallen en dat geen sprake was van vervolging zoals bedoeld in de wet.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht niet is herzien omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard.