ECLI:NL:CRVB:2016:3523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag militair wegens ontheffing initiële opleiding en correctie besluit verzamelarbeidsplaats
Appellant werd met ingang van 13 augustus 2008 aangesteld bij de krijgsmacht en aangewezen voor de officiersopleiding. Bij besluit van 24 augustus 2012 werd hij definitief ontheven van deze opleiding wegens het niet voldoen aan de gestelde eisen, met mededeling dat hij zou worden voorgedragen voor eervol ontslag per 1 oktober 2012. Na bezwaar en beroep werden deze besluiten bevestigd.
Op 25 februari 2013 werd appellant op de verzamelarbeidsplaats 'zwevend' geplaatst, maar dit besluit bevatte onjuistheden en werd op 22 maart 2013 gecorrigeerd door de minister. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en tegen het ontslagbesluit van 16 april 2013, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat het oorspronkelijke besluit onjuist was en dat de minister terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot correctie. Het ontslagbesluit is gebaseerd op een onherroepelijk besluit tot ontheffing van de opleiding en de minister heeft dit in redelijkheid genomen. Het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel en op een plicht tot herplaatsing wordt verworpen.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraken en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit wordt bevestigd.