ECLI:NL:CRVB:2016:341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde neveninkomsten
Appellant ontving een WW-uitkering en werd door het UWV herzien en teruggevorderd wegens niet gemelde inkomsten uit nevenwerkzaamheden bij drie werkgevers, waaronder werkgever 3. Het UWV legde tevens een boete op wegens het niet melden van deze werkzaamheden.
Appellant betwistte dat hij bij werkgever 3 had gewerkt en voerde onder meer aan dat zijn identiteitsbewijs was kwijtgeraakt en dat iemand anders met zijn identiteit mogelijk had gewerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zich op voldoende bewijs kon baseren, ondanks tegenstrijdigheden in de verklaringen van appellant.
De Centrale Raad van Beroep constateert dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de identiteit van de persoon die bij werkgever 3 werkte, en naar documenten en verklaringen die appellant had aangedragen. Hierdoor kan het geschil niet definitief worden beslecht. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen en nader onderzoek te verrichten. Een deel van de herziening en boete blijft in stand vanwege niet gemelde werkzaamheden bij de andere twee werkgevers.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen door nader onderzoek te verrichten binnen zes weken.