ECLI:NL:CRVB:2016:3399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A. Stehouwer
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na verlening bijstand en uitstel aflossing Bbz
Appellanten vroegen bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor hun bedrijf in energiedranken. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af op basis van een negatief advies van FBA, een deskundige adviesgroep. In bezwaar en hoger beroep voerden appellanten aan dat het college ten onrechte was afgeweken van een later positief advies van FBA.
Tijdens de procedure verleende het college alsnog bijstand en een bedrijfskrediet, en stelde het de aflossingsverplichting uit. Hierdoor verklaarde de Raad het hoger beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk. Wel oordeelde de Raad dat het bestreden besluit onrechtmatig was omdat het college het bezwaar onterecht ongegrond had verklaard en het advies van FBA niet had gevolgd.
Appellanten vorderden schadevergoeding wegens vertraging in de uitbetaling, waaronder materiële schade en immateriële schade wegens stress. De Raad wees dit verzoek af behalve voor de wettelijke rente over de te late betalingen, omdat de overige schade niet voldoende aannemelijk was gemaakt. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het college alsnog bijstand heeft verleend en de aflossing heeft uitgesteld; schadevergoeding wordt deels toegewezen voor wettelijke rente.