ECLI:NL:CRVB:2016:3199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende informatie over woonsituatie
Appellant vroeg op 24 februari 2014 bijstand aan en stond ingeschreven op een adres waar ook zijn moeder en broer stonden ingeschreven. De gemeente twijfelde aan zijn feitelijke woonsituatie vanwege eerdere beëindiging van bijstand en observaties, en voerde een onderzoek uit met gesprekken en huisbezoeken. Appellant vertoonde agressief gedrag en weigerde mee te werken, waardoor het college de aanvraag afwees wegens onvoldoende informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat de gevraagde informatie over zijn broer irrelevant was. Ook stelde hij dat een latere toekenning van bijstand bij een volgende aanvraag het eerdere besluit ondermijnde.
De Raad oordeelde dat er voldoende redelijke grond was voor het huisbezoek en het verlangen van nadere informatie, waaronder over de broer die op hetzelfde adres stond ingeschreven. De mededeling dat het adres als postadres werd gebruikt was onvoldoende onderbouwd. Het feit dat appellant de kastinhoud niet wilde tonen was niet relevant voor het besluit. De latere toekenning betrof een andere periode en veranderde niets aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
De Raad concludeerde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is afgewezen wegens onvoldoende informatie over de feitelijke woonsituatie.