ECLI:NL:CRVB:2016:319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten hebben bij UWV Werkbedrijf een aanvraag voor bijstand ingediend met een gewenste ingangsdatum van 14 oktober 2011, maar het college heeft bijstand toegekend vanaf 4 mei 2012, de datum van melding bij UWV.
Appellanten stelden dat zij door het college waren afgehouden van het indienen van een aanvraag omdat zij eerst de uitkomst van een procedure over hervatting van een WAO-uitkering moesten afwachten. Dit zou bijzondere omstandigheden vormen die rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend.
De Raad oordeelt dat uit de stukken en contactgeschiedenis niet blijkt dat appellanten op het verkeerde been zijn gezet. Het intakegesprek betrof een afwachting van een voorschotbeslissing, niet van de WAO-hervattingsbeslissing. Ook de financiële situatie van appellanten vormt geen bijzondere omstandigheid.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.