ECLI:NL:CRVB:2016:3136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verantwoording en terugvordering persoonsgebonden budget AWBZ met dwangsom en rente
Appellante kreeg voor 2011 een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend van €44.900,76, waarvan het Zorgkantoor later €17.017,75 terugvorderde wegens te veel ontvangen bedragen. Het Zorgkantoor stelde het pgb vast op €23.853,04, waarbij reeds verrekende bedragen uit voorgaande jaren werden meegenomen.
De rechtbank had een dwangsom voor te late besluitvorming toegekend van €1.260,- en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat een deel van de terugvordering verjaard was en dat verrekening van terugvorderingen uit eerdere jaren met het pgb 2011 niet was toegestaan.
De Raad oordeelt dat het beroep op verjaring faalt omdat de vaststellingen van het recht op pgb en terugvorderingen onaantastbaar zijn geworden. Verrekening is toegestaan op grond van de Awb. Wel is het Zorgkantoor wettelijke rente verschuldigd over de dwangsom wegens te late betaling, inclusief rente over rente. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom gedeeltelijk toegewezen. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat schadevergoeding afwijst en bepaalt dat het Zorgkantoor wettelijke rente over de dwangsom moet vergoeden.