Uitspraak
.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de griffier aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 115,- terugbetaalt.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens het hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu het hoger beroep tegen de uitspraak waarvoor de voorlopige voorziening werd gevraagd niet langer aanhangig is, niet langer wordt voldaan aan de voorwaarde voor het treffen van een voorlopige voorziening. Hoewel het instellen van hoger beroep op enig moment voldoende is voor de bevoegdheid, moet het hoger beroep nog wel aanhangig zijn op het moment van het verzoek.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast is bepaald dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt terugbetaald.