ECLI:NL:CRVB:2016:303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep herziening en terugvordering bijstand wegens werkzaamheden in bloemenstal
Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB en verrichtte werkzaamheden in bloemenstallen zonder hierover administratie bij te houden. De gemeente stelde op basis van onderzoek en getuigenverklaringen dat betrokkene werkzaamheden verrichtte waarvoor minimaal het minimumloon betaald had moeten worden. De bijstand werd herzien en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat vanwege de medische beperkingen van betrokkene de loonwaarde niet hoger dan de helft van het minimumloon kon worden gesteld en vernietigde het besluit tot terugvordering gedeeltelijk. De gemeente ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat betrokkene daadwerkelijk als volwaardige bloemenverkoper heeft gefungeerd en dat zijn lichamelijke beperkingen niet leiden tot een lagere loonwaarde. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de herziening en terugvordering van de bijstand op basis van het minimumloon standhouden.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard met loonwaarde gelijk aan het minimumloon.