ECLI:NL:CRVB:2016:2993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziek gemeld en een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV stelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit op basis van een medisch en arbeidskundig rapport.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de vastgestelde belastbaarheid juist was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvolledig was omdat de verzekeringsarts geen informatie had ingewonnen bij haar behandelend artsen en zij niet zelf door de verzekeringsarts bezwaar en beroep was onderzocht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek wel degelijk volledig en zorgvuldig was, dat de medische gegevens voldoende waren en dat de FML juist was vastgesteld. Ook is het standpunt van appellante dat zij recht heeft op vergoeding van bezwaarkosten ongegrond omdat het oorspronkelijke besluit niet is herroepen en er geen inkomenseis geldt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.