ECLI:NL:CRVB:2016:2979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en afwijzing schadevergoeding wegens niet gemelde en/of-rekeningen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB vanaf februari 2011. Bij de beoordeling van een aanvraag bijzondere bijstand bleek dat zij in februari en maart 2013 haar betaalrekening niet gebruikte voor levensmiddelen en pas eind maart geld opnam. Onderzoek toonde aan dat zij beschikte over twee en/of-rekeningen met haar moeder die niet aan het college waren gemeld.
Het college besloot daarom in oktober en november 2013 de bijstand over de periode februari 2011 tot en met september 2013 in te trekken en de kosten van bijstand van €31.715,73 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de rekeningen niet voor zichzelf gebruikte en dat het college wist dat zij voor haar moeder zorgde.
De Raad oordeelt dat het niet melden van de rekeningen een schending van de inlichtingenplicht is, omdat het beheer van deze rekeningen van invloed kan zijn op het recht op bijstand. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het tegoed niet tot haar vermogen behoorde, mede omdat zij over de rekeningen beschikte en grote bedragen opnam zonder verifieerbare onderbouwing. Ook haar stelling dat zij geldleningen ontving werd onvoldoende onderbouwd.
Voorts faalde haar beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding af.