ECLI:NL:CRVB:2016:2948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening aanvullende beurs op grond van geen nieuwe feiten
Appellante heeft verzocht om herziening van een besluit waarbij haar aanvullende beurs over 2011 was herzien en teruggevorderd. Zij stelde dat zij geen inzicht had in de financiële gegevens van haar ouders en dat de herziening onterecht was gebaseerd op gewijzigde inkomensgegevens van haar vader. De rechtbank had haar beroep ongegrond verklaard en de minister had het bezwaar afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunten herhaald zonder nieuwe feiten aan te voeren. De Raad overwoog dat op verzoeken om herziening artikel 4:6 Awb Pro van toepassing is, wat inhoudt dat alleen nieuwe feiten of omstandigheden na het eerdere besluit aanleiding kunnen geven tot herziening. De argumenten van appellante waren al bekend en hadden in de bezwaarprocedure naar voren kunnen worden gebracht.
De Raad concludeerde dat het verzoek terecht was afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.