ECLI:NL:CRVB:2016:2922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- M.T. Boerlage
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dienstverband en vergoeding proceskosten na schorsing wegens vermoedelijk plichtsverzuim
Appellant, werkzaam als islamitisch geestelijk verzorger, werd aanvankelijk op tijdelijke basis aangesteld en later geschorst wegens vermoedelijk plichtsverzuim wegens het overleggen van vermoedelijk frauduleuze opleidingsdocumenten. De minister beëindigde de tijdelijke aanstelling, maar appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten en het uitblijven van tijdige besluitvorming.
De Raad oordeelde dat de periode waarin appellant werkzaamheden op declaratiebasis verrichtte, moet worden meegerekend bij opeenvolgende tijdelijke dienstverbanden, waardoor appellant vanaf 1 januari 2010 een vast dienstverband had. Daarnaast werd geoordeeld dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door niet tijdig te beslissen op bezwaren, waardoor de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad vernietigde het besluit van 18 september 2012 voor zover het bezwaar tegen de beëindiging van de aanstelling per 1 januari 2011 ongegrond werd verklaard en herroept de beëindiging van de aanstelling per 23 december 2010. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en een schadevergoeding aan appellant en de Staat.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming door bestuursorganen en de toepassing van wettelijke bepalingen omtrent opeenvolgende tijdelijke dienstverbanden binnen het ambtenarenrecht.
Uitkomst: Appellant heeft recht op een vast dienstverband vanaf 1 januari 2010 en de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.