ECLI:NL:CRVB:2016:290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag en terugvordering wegens schending inlichtingenverplichting bij kamerverhuur
Appellanten, die tot maart 2012 een café dreven en kamers verhuurden, dienden meerdere bijstandsaanvragen in met terugwerkende kracht vanaf maart 2012. Het college van burgemeester en wethouders van Almelo stelde een onderzoek in naar mogelijke voortgezette kamerverhuuractiviteiten, waarbij verklaringen van kamerbewoners werden verzameld. Deze verklaringen wezen op directe betrokkenheid van appellant bij de verhuur en huurinning, ondanks stellingen van appellanten dat zij na maart 2012 geen betrokkenheid meer hadden.
Het college wees de aanvragen af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellanten onvoldoende duidelijkheid verschaften over hun werkzaamheden en inkomsten uit kamerverhuur. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat geen sprake was van nieuwe feiten die een inhoudelijke behandeling rechtvaardigden en dat appellanten geen wijziging van omstandigheden aannemelijk hadden gemaakt.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad stelde vast dat de verklaringen van kamerbewoners, afgelegd tegenover fraudepreventiemedewerkers, betrouwbaar waren en dat appellanten niet aan hun medewerkingsplicht hadden voldaan. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was afwijzing en terugvordering terecht. De Raad verwierp het verweer dat appellanten vanaf maart 2012 geen betrokkenheid meer hadden en bevestigde de beslissingen van het college en de rechtbank.
Uitkomst: De bijstandsaanvragen worden afgewezen en de terugvordering van voorschotten bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.