ECLI:NL:CRVB:2016:2790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- H. van Leeuwen
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering op grond van WIA
Appellant heeft na diverse dienstverbanden en ziekteperiodes een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die werd afgewezen. Vervolgens vroeg hij een WIA-uitkering aan met het standpunt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is sinds een eerdere datum dan vastgesteld door het UWV.
De verzekeringsartsen stelden vast dat appellant sinds 30 oktober 2011 in aanmerking komt voor een WGA-uitkering, maar niet voor een IVA-uitkering omdat er een meer dan geringe kans op herstel bestaat. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische gegevens en behandelingsadviezen wijzen op een mogelijkheid tot verbetering.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt over de aard en duur van zijn arbeidsongeschiktheid. De Raad volgde echter de verzekeringsartsen en rechtbank, oordeelde dat de kans op herstel reëel is bij adequate behandeling en dat onvoldoende grond bestaat voor een eerdere ingangsdatum van de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van een IVA-uitkering wordt bevestigd.