ECLI:NL:CRVB:2016:2757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde buitenlandse geldtransacties
Appellante ontving van december 2008 tot februari 2014 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding van ongebruikelijke transacties door de FIU-NL werd een onderzoek ingesteld. Dit onderzoek toonde aan dat appellante in 2010 vier grote geldtransacties vanuit het buitenland ontving.
Appellante verklaarde dat zij deze bedragen ontving in het kader van het ophalen van geld voor derden, soms tegen een vergoeding, soms niet. Zij gaf echter geen volledige en controleerbare informatie over de herkomst en omvang van de gelden. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot daarop de bijstand over de betreffende maanden te herzien en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door de transacties niet te melden en geen verifieerbare gegevens te overleggen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de intrekking van de bijstand en de terugvordering.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens niet gemelde buitenlandse geldtransacties.