ECLI:NL:CRVB:2016:2748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens niet geschonden inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. Na een melding over zijn afwezigheid en aanwezigheid van zijn vriendin op het uitkeringsadres, startte de gemeente een onderzoek naar zijn woon- en leefsituatie. Appellant werd gevraagd om gegevens van zijn vriendin, waaronder haar verblijfadres en geboortedatum, maar gaf aan dat zij geen verblijfadres of verblijfsvergunning heeft en weigerde haar geboortedatum te verstrekken.
Het college trok daarop de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat appellant voldoende informatie had gegeven over het verblijfadres van zijn vriendin en dat het college onvoldoende had onderbouwd waarom de geboortedatum relevant was voor de woon- en leefsituatie.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting niet had geschonden en dat het college onterecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. De aangevallen uitspraak werd vernietigd, de besluiten van het college herroepen en het college veroordeeld tot vergoeding van de kosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden vernietigd omdat appellant de inlichtingenverplichting niet heeft geschonden.