ECLI:NL:CRVB:2016:2729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijzondere bijstand buiten behandeling gesteld wegens niet gebruik aanvraagformulier
Appellanten ontvingen bijstand op basis van de WWB en vroegen bijzondere bijstand aan voor griffierecht en advocaatkosten. Het college stelde een communicatieregeling vast waarbij aanvragen via een specifiek formulier moesten worden ingediend. Appellanten dienden hun aanvragen zonder gebruik van deze formulieren in en leverden deze ook niet binnen de gestelde termijnen aan.
Het college stelde de aanvragen buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Awb omdat niet aan de formele indieningsvereisten was voldaan en de hersteltermijn ongebruikt was verstreken. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij ongelijk en willekeurig werden behandeld en dat de verplichting niet gold voor hun gemachtigde.
De Raad oordeelde dat het college terecht een communicatieregeling hanteerde om administratieve problemen te voorkomen en dat de verplichting ook voor gemachtigden geldt. De Raad verwierp het verweer dat de aanvragen inhoudelijk beoordeeld hadden moeten worden ondanks het ontbreken van formulieren. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en de hoger beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvragen om bijzondere bijstand werden terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet gebruiken van het verplichte aanvraagformulier.