ECLI:NL:CRVB:2016:2728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening terugvordering onverschuldigde bijstand
Verzoeker ontving van 3 augustus 2006 tot en met 10 juni 2009 bijstand op grond van de WWB. Na onderzoek heeft het college de bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens onrechtmatigheid. De rechtbank Amsterdam en de Raad bevestigden de terugvordering, waarbij werd geoordeeld dat verzoeker verantwoordelijk is voor de onjuiste opgave en de gevolgen daarvan.
Verzoeker stelde dat een derde, N, hem had opgelicht en dat het college de terugvordering van N had moeten doen. Dit standpunt werd door de rechtbank en de Raad verworpen. Verzoeker vroeg herziening van de uitspraak op basis van een advies van de advocaat-generaal dat tot vervolging van N zou moeten leiden.
De Raad oordeelt dat dit advies geen nieuw feit of omstandigheid is zoals bedoeld in artikel 8:119 Awb Pro, omdat het na de uitspraak is opgesteld en bovendien niet werd gevolgd door het Gerechtshof. Ook andere aangevoerde feiten leiden niet tot een ander oordeel. Het verzoek tot herziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.