ECLI:NL:CRVB:2016:2677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1979, vroeg op 21 december 2012 een Wajong-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering omdat appellant na zijn 18e verjaardag meer dan een jaar heeft gewerkt en daarbij ten minste het minimumloon heeft verdiend. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het Uwv en bevestigd door de rechtbank Rotterdam.
In hoger beroep gaf appellant aan door zijn autisme niet in staat te zijn voor langere tijd te werken en hoopte op een uitkering en begeleiding door een jobcoach. De Raad schortte het onderzoek op voor nader onderzoek en liet een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige een rapport opstellen. Uit het medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt is volgens de criteria van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).
De verzekeringsarts stelde vast dat appellant gebaat is bij een voorspelbare en gestructureerde werksituatie zonder storingen en dat hij beperkt is in sociale interacties en conflicthantering. De arbeidsdeskundige vond geschikte functies die aan deze voorwaarden voldoen en die een theoretische verdiencapaciteit bieden boven 75% van het minimumloon. De Raad oordeelde dat de weigering van de Wajong-uitkering terecht is, maar benadrukte dat begeleiding door een jobcoach mogelijk blijft bij concreet werkaanbod.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.