ECLI:NL:CRVB:2016:2669
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag ambtenaar Belastingdienst
Verzoekster, werkzaam bij de Belastingdienst, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim na het indienen van onjuiste belastingaangiften over 2012 en 2013. De staatssecretaris legde haar op 4 augustus 2015 ontslag op, wat bij besluit van 14 december 2015 werd gehandhaafd. Verzoekster stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening niet bedoeld is om de hoofdzaak te versnellen door middel van 'kortsluiting'. Verzoekster stelde dat het wachten op de bodemprocedure haar terugkeer in het arbeidsproces bemoeilijkt, maar de staatssecretaris verklaarde dat zij terug kan keren indien het ontslag onterecht blijkt. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter concludeerde dat geen aanleiding bestaat voor een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslagbesluit van de ambtenaar wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.