ECLI:NL:CRVB:2016:2599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij zonder dringende redenen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht naar aanleiding van een melding over een hennepkwekerij. Op 22 februari 2011 werd in zijn woning een hennepkwekerij met 88 planten ontmanteld. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad besloot de bijstand met ingang van 1 januari 2010 te herzien en de kosten van bijstand over die periode terug te vorderen wegens het niet melden van de kwekerij en het ontbreken van administratie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de startdatum van de kwekerij willekeurig was vastgesteld en dat zijn financiële en medische situatie dringende redenen vormden om van terugvordering af te zien.
De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van 1 januari 2010 als aanvangsdatum, gelet op verklaringen van appellant en het hoge elektriciteitsverbruik. Appellant had geen melding gemaakt en geen administratie bijgehouden, waardoor hij het bewijsrisico droeg. De medische en financiële omstandigheden boden onvoldoende grond voor dringende redenen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het exploiteren van een hennepkwekerij wordt bevestigd zonder dat sprake is van dringende redenen om hiervan af te zien.