ECLI:NL:CRVB:2016:2559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag en afwijzing medische afzakker
Appellante, werkzaam als groepsleider, meldde zich op 25 augustus 2010 ziek met fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat de werkgever niet aan re-integratieverplichtingen had voldaan en verlengde de loondoorbetalingsperiode, waardoor appellante pas vanaf 21 augustus 2013 aanspraak kon maken op een WIA-uitkering.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan tegen de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en stelde dat zij eerder vanwege medische redenen minder uren werkte, waardoor zij als medische afzakker moest worden aangemerkt. Zij overlegde diverse medische stukken en rapporten ter onderbouwing.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV concludeerden echter dat er onvoldoende medische grondslag was voor een eerdere arbeidsongeschiktheidsdag of voor het medische afzakker-criterium. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist was vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en overhandigde aanvullende medische rapporten. De Raad overwoog dat de medische stukken onvoldoende aantonen dat er sprake was van doorlopende arbeidsongeschiktheid vóór 25 augustus 2010 of een medische noodzaak tot urenvermindering. Het rapport van de door appellante geraadpleegde verzekeringsarts bevestigde dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 25 augustus 2010 en wijst het beroep af.