ECLI:NL:CRVB:2016:2477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuw besluit UWV
Appellante had een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong), die aanvankelijk werd afgewezen omdat zij naar het oordeel van het UWV voldoende verdiende. Na bezwaar en beroep werd het besluit gehandhaafd, maar de rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Tijdens het hoger beroep stelde het UWV een nieuw besluit vast waarin appellante alsnog een Wajong-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Appellante gaf aan zich met dit besluit te kunnen verenigen, waardoor het hoger beroep niet langer betrekking had op dit nieuwe besluit.
De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante, zodat zij geen procesbelang meer had bij het hoger beroep. Ook de omstandigheden dat het besluit nog niet volledig was uitgevoerd en de registratie in het Doelgroepenregister boden geen procesbelang. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd het door appellante betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het nieuwe besluit van het UWV volledig tegemoet komt aan de bezwaren van appellante.