Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als wijkagent met specifieke taakaccenten, maakte bezwaar tegen het besluit van de korpschef tot toekenning en overgang naar de LFNP-functie Senior Gebiedsgebonden Politie in salarisschaal 8. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde aan dat de korpsleiding een inspanningsverplichting had om hem een functie in schaal 9 te geven, gebaseerd op een eerdere uitspraak van de rechtbank Breda uit 1997. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de matching niet overeenkomstig de Regeling was geschied of dat het resultaat onhoudbaar was. Tevens kon appellant zich niet beroepen op feiten die hij eerder had kunnen aanvoeren bij de vaststelling van zijn uitgangspositie.
Verder stelde appellant financieel nadeel te lijden door het mislopen van OVW-periodieken, maar de Raad stelde dat de waardering van OVW-punten geen rol speelt bij de toekenning en overgang naar een LFNP-functie. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.