ECLI:NL:CRVB:2016:243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij pensioenpremieregeling Europol
Appellante, werkzaam bij Europol, diende samen met collega's een verzoek in voor een pensioenpremieregeling tijdens buitengewoon verlof, dat door de korpschef op 12 februari 2014 werd afgewezen. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij door haar medische toestand niet tijdig bezwaar kon maken.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar ziekte en operatie haar belemmerden om tijdig bezwaar in te dienen en haar belangen te behartigen. De Raad onderzocht de medische verklaringen en concludeerde dat de operatie pas na afloop van de bezwaartermijn plaatsvond en dat de ziekte geen onvoorziene omstandigheid vormde die de termijnoverschrijding kon verontschuldigen.
Ook het argument dat appellante in een apathische toestand verkeerde werd verworpen, omdat het gezamenlijke bezwaarschrift al was opgesteld en zonder haar handtekening had kunnen worden ingediend. De Raad oordeelde dat de omstandigheden binnen de risicosfeer van appellante vielen en dat de korpschef het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.