ECLI:NL:CRVB:2016:2324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. ter Brugge
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van kostenvergoeding vrijwilligerswerk bij WWB-bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB naast een WAO-uitkering en kreeg kostenvergoedingen voor vrijwilligerswerk en werkzaamheden bij twee organisaties. Het college vorderde bijstand terug omdat appellante deze vergoedingen niet had gemeld, wat volgens het college een schending van de inlichtingenplicht was.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat zij aannemelijk had gemaakt dat de kostenvergoedingen lager waren dan het college had vastgesteld. Het college stelde vervolgens een nieuw terugvorderingsbedrag vast, maar appellante betwistte dit opnieuw.
De Raad oordeelt dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden, ongeacht opzet, en bevestigt dat de werkzaamheden als vrijwilligerswerk kwalificeren. De brutering van het terug te vorderen bedrag over 2010 was onjuist toegepast, waardoor terugvordering over dat jaar niet gerechtvaardigd is. Voor 2011 wordt het bedrag gecorrigeerd met een bedrag voor voorgeschoten kosten, waardoor het terug te vorderen bedrag lager uitvalt. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd voor zover het de hoogte van de terugvordering betreft.
Uitkomst: De terugvordering over 2010 vervalt en voor 2011 wordt het terug te vorderen bedrag vastgesteld op het bruto equivalent van €418.