Uitspraak
2 juni 2015, 14/7270 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de WWB en ontving voorschotten van het college. Tijdens een onderzoek naar haar financiële situatie leverde zij bankafschriften en verklaringen aan, waaronder een verklaring van een derde (N) dat verstrekte bedragen leningen waren. Het college wees de aanvraag af wegens inkomsten boven de bijstandsnorm en onvoldoende inzicht in de financiële situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de door appellante ontvangen bedragen van N als middelen moeten worden beschouwd en niet als leningen, omdat geen concrete terugbetalingsverplichting aannemelijk is gemaakt. Hierdoor had het college het recht op bijstand niet juist kunnen vaststellen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en past de bestuurlijke lus toe, waarbij het college wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het college krijgt opdracht binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.