ECLI:NL:CRVB:2016:2271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over verrekening wisselende inkomsten bij WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en had daarnaast wisselende inkomsten uit werkzaamheden. Het college van burgemeester en wethouders schatte maandelijks de inkomsten en verrekende deze met de bijstand, waarbij achteraf werd gecorrigeerd op basis van daadwerkelijk genoten inkomsten. Appellant maakte bezwaar tegen deze uitkeringsspecificaties, maar het college verklaarde deze bezwaren ongegrond.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad voegde deze zaak samen met een soortgelijke zaak en oordeelde dat de werkwijze van het college om vooraf inkomsten te schatten en achteraf te verrekenen in strijd is met artikel 58, lid 4 van de WWB.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en de bestreden besluiten en droeg het college op om opnieuw op de bezwaren te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep bij de Raad kan worden ingesteld. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten en draagt het college op opnieuw te beslissen met inachtneming van de wettelijke bepalingen.