ECLI:NL:CRVB:2016:226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste medische beoordeling en passende functies
Appellante was sinds 1992 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. In 2012 verrichtte het UWV een heronderzoek waarbij een verzekeringsarts en psychiater een conversiestoornis en persoonlijkheidskenmerken vaststelden, met beperkingen voor zwaar fysiek werk en werk met hoge piekbelasting. Het UWV trok de WAO-uitkering in per 15 mei 2013.
Appellante maakte bezwaar en bracht een tegenrapport van een andere psychiater in, die een gegeneraliseerde angststoornis stelde. De verzekeringsarts bezwaar en beroep volgde dit niet en handhaafde de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen ernstiger waren en zij niet kon werken vanwege paniekaanvallen en angst om naar buiten te gaan. De Raad concludeerde dat geen nieuwe medische gegevens waren overgelegd die het eerdere oordeel weerspraken. De Raad volgde het medisch oordeel van het UWV en bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische beperkingen juist zijn beoordeeld en de geselecteerde functies passend zijn.