ECLI:NL:CRVB:2016:2249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. ter Brugge
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen en kasstortingen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd door het college geconfronteerd met een herzienings- en terugvorderingsbesluit vanwege niet gemelde bankrekeningen van haar zoon en diverse kasstortingen.
De rechtbank oordeelde dat appellante de herkomst van de kasstortingen niet aannemelijk had gemaakt en dat de bedragen als inkomen moesten worden aangemerkt, waardoor herziening en terugvordering gerechtvaardigd waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de kasstortingen afkomstig waren van haar zoon, opbrengst verkoop auto en geleende bedragen. De Raad verwierp deze gronden, onder meer omdat de verkoopdatum niet overeenkwam en leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip.
De Raad bevestigde dat periodieke betalingen van derden als inkomen worden beschouwd en dat het college op grond van de WWB verplicht was de bijstand te herzien en terug te vorderen.
Het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.