Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Appellant stelt in dit verband dat hij structureel is belast met taken die in direct verband staan met de operationele politietaken.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de politie, betwistte zijn indeling in de LFNP-functie van [functie 3] met salarisschaal 10, zoals vastgesteld door de korpschef. De korpschef baseerde het besluit op de transponeringstabel uit de Regeling overgang naar een LFNP functie, een algemeen verbindend voorschrift. Appellant voerde aan dat de matching onjuist was en dat zijn werkzaamheden meer aansloten bij een andere functie binnen een ander domein en vakgebied.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de transponeringstabel als grondslag toereikend is, ook al wijkt de LFNP-functie inhoudelijk af van de korpsfunctie. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de matching onjuist of onhoudbaar was. De Raad wees ook het beroep op aanvullende documenten af, omdat de Regeling voorschrijft welke stukken bij de matching worden meegewogen.
Hoewel de motivering op het punt van de matching niet volledig op appellant was toegesneden, was deze niet ontoereikend omdat de korpschef mocht verwijzen naar de transponeringstabel. Het beroep op artikel 8:69 Awb Pro werd eveneens verworpen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot indeling in de LFNP-functie van [functie 3] wordt bevestigd.