ECLI:NL:CRVB:2016:2128

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 juni 2016
Publicatiedatum
9 juni 2016
Zaaknummer
15-123 WTCG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 WtcgArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken toestemming voor opvragen brongegevens Wtcg

Appellant ontving van het CAK een besluit tot toekenning van een lage tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) voor 2012. Appellant maakte bezwaar en verzocht om inzage in de gegevens waarop het besluit was gebaseerd. Het CAK wees appellant er meerdere malen op dat hij toestemming moest geven voor het opvragen van deze gegevens bij andere instanties. Appellant gaf geen toestemming en diende geen gronden van bezwaar in.

Het CAK verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden binnen de gestelde termijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het CAK conform artikel 6:6 Awb Pro het bezwaar niet-ontvankelijk mocht verklaren omdat appellant de gelegenheid had gehad het verzuim te herstellen maar geen gebruik maakte van de geboden kansen.

Appellant stelde in hoger beroep dat het CAK geen toestemming nodig had voor het opvragen van de gegevens. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de uitleg van artikel 4, eerste lid, Wtcg dat het CAK alleen met toestemming van de verzoeker de brongegevens mag opvragen. Daarom was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.

Uitspraak

15/123 WTCG
Datum uitspraak: 1 juni 2016
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
24 november 2014, 14/3756 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

CAK

PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L.S. Slinkman, advocaat, hoger beroep ingesteld.
CAK heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2016. Appellant en zijn gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.E. van Staalduine-Pronk en mr. B. Imhoff.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Bij besluit van 18 februari 2014 heeft CAK aan appellant voor het jaar 2012 een (lage) tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) toegekend.
1.2.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 februari 2014 en CAK verzocht om toezending van de gegevens die ten grondslag liggen aan dat besluit.
1.3.
Bij brieven van 2 april 2014 en 4 juni 2014 en in een telefoongesprek op 18 juni 2014 is appellant er door CAK op gewezen dat het bezwaarschrift geen gronden bevat en dat appellant toestemming dient te verlenen zodat CAK de gegevens die aan het besluit van
18 februari 2014 ten grondslag liggen kan opvragen bij de desbetreffende instanties. CAK heeft appellant uiteindelijk tot 1 juli 2014 gelegenheid gegeven om de gevraagde toestemming aan CAK te verlenen en om gronden van bezwaar in te dienen. Appellant heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
1.4.
Bij beslissing op bezwaar van 9 juli 2014 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar van appellant tegen het besluit van 18 februari 2014 niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant niet binnen de door CAK gestelde termijn gronden van bezwaar heeft ingediend.
1.5.
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en zich op het standpunt gesteld dat hij redelijkerwijs geen gronden van bezwaar kon indienen, omdat hij niet beschikte over de gegevens die aan het besluit van 18 februari 2014 ten grondslag liggen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht het bezwaarschrift niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of Pro aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. CAK heeft appellant verzocht om toestemming voor inzage in zijn medische gegevens, welke toestemming appellant niet binnen de hem gestelde termijn heeft verleend. Van de door CAK vervolgens tot tweemaal toe geboden gelegenheid om het verzuim te herstellen, heeft appellant geen gebruik gemaakt. Ter zitting heeft de gemachtigde van CAK uiteengezet dat CAK zelf niet beschikt over de zorggegevens van appellant en dat CAK deze gegevens alleen met toestemming van appellant kan opvragen. Op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat CAK het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft, kort samengevat, aangevoerd dat CAK het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens appellant heeft CAK geen toestemming nodig voor het opvragen van de gegevens die ten grondslag liggen aan het besluit over de tegemoetkoming op grond van de Wtcg.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. CAK heeft ter zitting van de Raad toegelicht dat CAK ten tijde van het nemen van het besluit van 18 februari 2014 over geen enkel ander gegeven beschikte dan het gegeven dat appellant in aanmerking komt voor een lage tegemoetkoming op grond van de Wtcg. Voor zover appellant in hoger beroep heeft betoogd dat CAK geen toestemming nodig heeft voor het opvragen van de achterliggende gegevens, slaagt dat betoog niet. Uit artikel 4, eerste lid, van de Wtcg, volgt dat CAK bij een verzoek om informatie over de gronden waarop een tegemoetkoming is verleend alleen na toestemming van de verzoeker na kan gaan onder welke criteria degene die meent rechthebbende te zijn valt. Gelet hierop diende appellant aan het CAK toestemming te geven voor het opvragen van de brongegevens.
4.2.
Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.F. Wagner als voorzitter en D.S. de Vries en N.R. Docter als leden, in tegenwoordigheid van B. Dogan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2016.
(getekend) M.F. Wagner
(getekend) B. Dogan

TM