ECLI:NL:CRVB:2016:2008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering persoonsgebonden budget wegens ontbreken oriëntatie op gecontracteerd zorgaanbod
Appellante is geïndiceerd voor persoonlijke verzorging op grond van de AWBZ en heeft een aanvraag ingediend voor een persoonsgebonden budget (pgb). In haar budgetplan gaf zij aan niet te hebben onderzocht of de gewenste zorg werd geleverd door gecontracteerde zorgaanbieders van het Zorgkantoor.
Na een Bewust Keuze gesprek waarbij werd vastgesteld dat geen oriëntatie op zorg in natura had plaatsgevonden, wees het Zorgkantoor de aanvraag af op grond van artikel 4:35 Awb Pro. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard omdat zij zich niet had georiënteerd op het gecontracteerde zorgaanbod en er bovendien twijfel bestond over haar en haar zoon hun vermogen om de pgb-verplichtingen verantwoord uit te voeren.
De rechtbank bevestigde dit besluit en wees het beroep af. In hoger beroep bracht appellante geen nieuwe gronden aan. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van het persoonsgebonden budget wordt bevestigd.