ECLI:NL:CRVB:2016:2007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling eigen bijdrage AWBZ ondanks beroep op bijstandsnorm
Appellante, die sinds juli 2013 in een zorginstelling verblijft, maakte bezwaar tegen de door het CAK vastgestelde eigen bijdrage voor verblijf in de instelling. Het CAK had de bijdrage berekend op basis van het inkomen van 2012 en later herzien naar het minimumbedrag van €156 per maand. Appellante verzocht om vaststelling van de bijdrage op basis van het inkomen van het lopende jaar en betoogde dat het minimumbedrag onjuist was omdat geen rekening was gehouden met de bijstandsnorm uit artikel 23 van Pro de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwees naar de dwingende en limitatieve regeling in de AWBZ en het Bijdragebesluit zorg (Bbz), die een minimumbedrag van €156 voorschrijft tenzij sprake is van een uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de WWB. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af omdat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling of verlaging van de bijdrage op grond van de WWB.
De Raad oordeelt dat het CAK zijn buitenwettelijk begunstigend beleid consistent heeft toegepast en dat geen sprake is van strijd met algemene rechtsbeginselen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste vaststelling van de eigen bijdrage op het wettelijk minimum van €156 per maand en wijst het hoger beroep af.