ECLI:NL:CRVB:2016:1984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- F. Hoogendijk
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens verwijtbaar niet meewerken aan re-integratietraject
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd aangemeld voor het re-integratietraject Work First. Hij verscheen niet op meerdere verplichte gesprekken en gaf aan niet te willen deelnemen vanwege het standaard karakter van het traject en psychische belemmeringen.
Het college legde een maatregel op door de bijstand met 100% te verlagen voor een maand, wat later werd teruggebracht tot 30% door de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het niet verschijnen op de gesprekken verwijtbaar was, maar dat het niet starten met het traject niet verwijtbaar was na advies van de GGD.
In hoger beroep betoogde appellant dat het niet verschijnen niet verwijtbaar was vanwege zijn psychische toestand en andere afspraken. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de verplichtingen op te leggen en dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn psychische ongeschiktheid om te verschijnen. De maatregel van 30% verlaging werd bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 30% voor een maand wegens verwijtbaar niet meewerken aan het re-integratietraject wordt bevestigd.