ECLI:NL:CRVB:2016:1981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- F. Hoogendijk
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken gronden bij intrekking bijstand
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om zijn bijstand op te schorten en vervolgens in te trekken. Het beroepschrift bevatte echter geen concrete gronden, maar bleef steken in algemeenheden. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gronden had aangevuld, ondanks een mogelijkheid daartoe.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het beroepschrift wel gronden bevatte en dat het te laat indienen van aanvullende gronden verschoonbaar was. De Raad oordeelde dat de aangevoerde gronden een herhaling waren van het eerdere beroepschrift en dat de rechtbank hier gemotiveerd op had gereageerd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die uitstel rechtvaardigden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 mei 2016.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van concrete gronden en het niet tijdig indienen daarvan.