ECLI:NL:CRVB:2016:1959

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 mei 2016
Publicatiedatum
27 mei 2016
Zaaknummer
15/1376 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Dagloonbesluit werknemersverzekeringenArt. 17 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringenWerkloosheidswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging juiste vaststelling WW-dagloon bij overstap werk naar werk na 30 mei 2013

Appellant was sinds 8 juni 2009 werkzaam bij werkgever 1, waarvan de dienstbetrekking per 12 juli 2013 werd beëindigd wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Daarna werkte appellant van 8 juli tot 28 juli 2013 bij werkgever 2. Het UWV stelde bij besluit van 13 september 2013 het WW-dagloon vast op € 75,48, gebaseerd op het loon van werkgever 2. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het dagloon hoger moest zijn, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV het dagloon terecht had vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellant dat het dagloon hoger had moeten zijn, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat voor werknemers die na 30 mei 2013 zonder tussenliggende werkloosheid overstappen, artikel 12 van Pro het Dagloonbesluit niet van toepassing is. Het UWV mocht het dagloon baseren op het loon uit de laatste dienstbetrekking.

De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 12 omdat Pro hij geen recht had op een WW-uitkering na beëindiging bij werkgever 1. Daarom was de vaststelling van het dagloon door het UWV correct. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van het WW-dagloon door het UWV wordt bevestigd.

Uitspraak

15/1376 WW
Datum uitspraak: 25 mei 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 januari 2015, 13/7091 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M. Hoogendonk, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant was sinds 8 juni 2009 op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam in dienst van [werkgever 1] (werkgever 1). In verband met bedrijfseconomische omstandigheden is die dienstbetrekking beëindigd per 12 juli 2013.
1.2.
Appellant is van 8 juli 2013 tot 28 juli 2013 werkzaam geweest via [werkgever 2] (werkgever 2). Bij besluit van 13 september 2013 is appellant met ingang van 22 juli 2013 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) op basis van een dagloon van € 75,48.
1.3.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 september 2013 en daarbij gesteld dat zijn dagloon hoger moet zijn. Bij beslissing op bezwaar van 27 november 2013 (bestreden besluit) heeft het Uwv dat bezwaar ongegrond verklaard.
2. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat het Uwv het
WW-dagloon terecht heeft vastgesteld op € 75,48.
3.1.
De in hoger beroep herhaalde en nader uitgewerkte beroepsgronden van appellant komen erop neer dat het Uwv de WW-uitkering op een hoger dagloon had moeten baseren.
3.2.
Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
In uitspraken van 30 maart 2016 (zie onder meer ECLI:NL:CRVB:2016:1009) is geoordeeld dat het Uwv voor werknemers die de overstap van werk naar werk zonder tussenliggende werkloosheid hebben gemaakt vóór 31 mei 2013, artikel 12 van Pro het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen buiten toepassing had dienen te laten en moeten beoordelen of toepassing van artikel 17 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen tot een hoger dagloon leidt. Voor werknemers die na 30 mei 2013 de overstap van de ene naar de andere dienstbetrekking hebben gemaakt zonder tussenliggende werkloosheidsuitkering geldt dit niet, omdat zij op de hoogte hadden kunnen zijn van wijziging van de dagloonregels. Zij hadden vanaf die datum de mogelijke gevolgen van een dergelijke overstap kunnen overzien en hun beslissing daarop kunnen afstemmen. Daarnaast is geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een vermoeden van indirecte discriminatie. Verwezen wordt naar de in die uitspraak onder 4.1 tot en met 7.2 opgenomen overwegingen.
4.2.
Wat appellant heeft aangevoerd geeft geen aanleiding daar in deze zaak anders over te oordelen. Appellant is per 8 juli 2013, dus na 30 mei 2013, zijn dienstbetrekking aangegaan bij werkgever 2 en voldeed niet aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 12 van Pro het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, omdat hij na de beëindiging van zijn eerdere dienstbetrekking bij werkgever 1 geen recht had op uitbetaling van een WW-uitkering. Daarom heeft het Uwv het dagloon terecht gebaseerd op het loon dat appellant heeft genoten uit de dienstbetrekking met werkgever 2, waaruit zijn werkloosheid is ontstaan.
4.3.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van
M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2016.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) M.D.F. de Moor

UM