Uitspraak
OVERWEGINGEN
Regeling), ECLI:EU:C:1998:358 en ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8597; ECLI:NL:CRVB:2003:AM5406). Zodoende zijn de loonaanspraken van appellanten op werkgever in de tijdvakken, zoals bedoeld in artikel 64 van Pro de WW (referteperioden), onvervuld gebleven. Over de omvang (hoogte en duur) van deze nog openstaande betalingsverplichtingen van werkgever bestaat tussen partijen verder geen verschil van mening.
,punt 20; HvJ EG 11 september 2003, C-201/01 (
Walcher), ECLI:EU:C:2003:450, punt 38; HvJ EU 17 november 2011, C-435/10 (
Van Ardennen), ECLI:EU:C:2011:751, punten 27, 31 en 34).
Commissie/
Nederland), ECLI:EU:C:2001:257, punt 17). Eveneens op grond van vaste rechtspraak van het HvJ EU moet de strekking van nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen worden beoordeeld met inachtneming van de uitlegging die de nationale rechterlijke instanties daaraan geven (HvJ EG 16 december 1992, gevoegde zaken C-132/91, C-138/91 en C-139/91 (
Katsikas e.a.)
,ECLI:EU:C:1992:517, punt 39).
misbruik, maar eerder op het voorkomen dan wel beperken van
gebruikvan het waarborgfonds. Voor het treffen van een dergelijke maatregel biedt artikel 12 van Pro de Insolventierichtlijn geen ruimte. In een bevoegdheid om loonaanspraken op het waarborgfonds in omvang te beperken, voorziet artikel 4 van Pro de Insolventierichtlijn immers al.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraken;
- verklaart de beroepen gegrond en vernietigt de besluiten van 3 januari 2014 en 2 februari 2014 voor zover hierin is geweigerd om de in 1.5 genoemde loonaanspraken over te nemen;
- draagt het Uwv op nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak en bepaalt dat beroep tegen deze besluiten slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 7.254,-;
- bepaalt dat het Uwv appellanten het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 1.169,- vergoedt.