ECLI:NL:CRVB:2016:1953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- K.J. Kraan
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag ambtenaar na ongeoorloofde afwezigheid en schorsing
Appellant was sinds 2003 werkzaam bij de gemeente Rotterdam en werd meerdere malen aangesproken op agressief gedrag en plichtsverzuim. Na een periode van ongeoorloofde afwezigheid en het niet naleven van verzuimvoorschriften werd hij geschorst en uiteindelijk ontslagen op staande voet.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de schorsing en het ontslag gegrond waren, mede vanwege eerdere disciplinaire maatregelen en het ontbreken van aannemelijke medische belemmeringen voor het niet verschijnen op het werk. Het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel en de proportionaliteit van het ontslag werd verworpen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad acht de schorsing niet onrechtmatig en het ontslag passend bij het gepleegde plichtsverzuim. Ook het tijdsverloop tussen werkhervatting en ontslag is niet onredelijk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag op staande voet wordt bevestigd.