Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig algemeen medewerker in de bouw, meldde zich ziek en ontving aanvankelijk een WW-uitkering. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor diverse WIA-functies, waarna de WIA-uitkering werd geweigerd. Na een nieuwe ziekmelding en operatie werd de Ziektewetuitkering per 14 augustus 2014 beëindigd, omdat appellant volgens verzekeringsartsen geschikt was voor genoemde functies.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door fysieke beperkingen en PTSS niet in staat was om deze functies te vervullen. Hij overhandigde een brief van een neuroloog, maar deze bracht geen nieuw inzicht. De Raad oordeelde dat de medische beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de klachten onvoldoende waren om de geschiktheid te betwijfelen.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af, omdat het hoger beroep niet slaagde.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd omdat appellant geschikt was voor ten minste één WIA-functie.