Werknemer werd wegens burn-out ziek gemeld en onderging psychologische begeleiding en operaties. Het UWV legde aan appellante een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, met name het niet tijdig inzetten van een tweede spoor traject. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom appellante vanaf september 2011 direct op spoor twee had moeten inzetten, aangezien uit de gegevens niet blijkt dat terugkeer in eigen werk onmogelijk was. De loonsanctie wordt daarom vernietigd en het besluit tot verlenging van de loonbetalingsverplichting herroepen.
Daarnaast wordt het onderzoek heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de door appellante gevraagde schadevergoeding. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante. De uitspraak vervangt het eerdere besluit en vonnis.