ECLI:NL:CRVB:2016:1903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en handel in verdovende middelen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, maar na een melding van een hennepkwekerij bij zijn woning is een onderzoek ingesteld. Het college van burgemeester en wethouders legde conservatoir beslag en trok de bijstand in over de periode van april tot november 2013 vanwege het niet melden van illegale activiteiten en het bezit van grote sommen contant geld en xtc-pillen.
Appellant voerde onder meer aan dat het gebruik van het strafdossier zonder schriftelijke toestemming van de officier van justitie onrechtmatig was en dat zijn verklaring zonder advocaat niet als bewijs mocht worden gebruikt. De Raad oordeelde dat toestemming wel was verleend en dat het verhoor zonder advocaat niet zodanig onzorgvuldig was dat het bewijs onrechtmatig was.
De Raad stelde vast dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de hennepkwekerij en handel in verdovende middelen, en dat het college voldoende onderzoek had verricht. De bestuursrechter is niet gebonden aan het strafrechtelijk oordeel, en de vastgestelde feiten rechtvaardigen de intrekking en terugvordering van de bijstand.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Bezwaren tegen het conservatoir beslag dienen civielrechtelijk te worden behandeld.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.