ECLI:NL:CRVB:2016:1867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek duuraanspraak ANW-uitkering wegens onvoldoende nieuwe feiten en medische onderbouwing
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), die werd beëindigd toen haar jongste kind 18 jaar werd. Zij verzocht om herziening op grond van arbeidsongeschiktheid, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af wegens gebrek aan nieuwe feiten en onvoldoende medische onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij onderscheid maakte tussen de periode vóór en na het herzieningsverzoek. Voor de periode voorafgaand aan het verzoek waren geen nieuwe feiten aangevoerd. Voor de periode daarna was het besluit gebaseerd op een zorgvuldige medische beoordeling, uitgevoerd door artsen in Turkije en verzekeringsartsen van het Uwv.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische rapporten onvoldoende waren, met name vanwege het ontbreken van een eigen onderzoek door de verzekeringsartsen en onvolledige verslaglegging van haar suïcidale klachten. De Raad oordeelde echter dat de medische gegevens voldoende waren en dat appellante geen objectieve medische gegevens had overgelegd die de beperkingen of de afwijzing van een urenbeperking onderbouwden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat het herzieningsverzoek terecht was afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van appellante wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.