Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de wettelijke rente af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 2006 arbeidsongeschikt vanwege rugklachten en ontving sinds 2008 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2013 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast tussen 35 en 45%, waarna appellant bezwaar maakte. In de bezwaarprocedure werd de arbeidsongeschiktheid bijgesteld naar 65-80%, waarna het UWV besloot de uitkering per 2 juli 2014 in te trekken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de voor hem geselecteerde functies niet geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het rapport van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige boden een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. De geselecteerde functies overschreden de belastbaarheid van appellant niet en het maatmanloon was juist vastgesteld.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-vervolguitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.