ECLI:NL:CRVB:2016:1845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet vast te stellen recht en onduidelijke financiële situatie
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, maar na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Hierbij kwamen onduidelijkheden aan het licht over de financiële situatie van appellante en haar familie.
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam trok de bijstand in vanwege het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand, omdat appellante onvoldoende verifieerbaar bewijs leverde dat haar zoon IJC in haar levensonderhoud voorzag en dat haar andere zoon SWC leningen terugbetaalde. De rechtbank oordeelde dat het college niet bevoegd was de bijstand op te schorten, maar wel bevoegd tot intrekking wegens schending van de inlichtingenplicht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de overgelegde verklaringen voldoende waren, maar de Raad oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende objectief en verifieerbaar waren. De geldstromen waren onnavolgbaar en de verstrekte verklaringen boden geen sluitend bewijs. De Raad bevestigde daarom het intrekkingsbesluit en het terugvorderingsbesluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende verifieerbaar bewijs van recht op bijstand.